'Er is genoeg leergeld betaald' - een verhaal uit de Tweede Wereldoorlog


Mensen die mij kennen, weten dat ik al heel lang bezig ben met het schrijven van een boek over de Tweede Wereldoorlog. Ik heb me ondergedompeld in het verhaal van mijn oudoom en oudtante en me verdiept in de periode 1930 – 1945 door met mensen te praten, boeken te lezen, documentaires te kijken en het internet af te struinen. Juist daarom raakt het nieuws me vaak zo hard. Zeker de afgelopen weken. En juist daarom deel ik nu al een paar (onbewerkte) fragmenten uit de aantekeningen van oom Berend.  

Ostarbeiterin, üntermensch, maar vooral gewoon een meisje uit Oekraïne 

"Op 1 januari 1922 werd in het dorpje Gominsie een meisje geboren, in de buurt van Poltava en Charkov, steden in het noordoosten van Oekraïne. Het meisje kreeg de naam Tatijana Petrowna Prichodko. Haar vader sneuvelde tijdens de Russische Revolutie. Tania was nog maar acht jaar, toen ook haar zus en haar moeder overleden en haar oom en tante zich over haar ontfermden. Op haar vijftiende kreeg ze de mogelijkheid om te gaan werken in een fabriek in Sebastopol op het schiereiland De Krim. Oom en tante hadden het niet breed en er waren meer monden te voeden, dus vertrok Tania alleen naar de grote stad. Donkere wolken kwamen over Rusland, oorlog met Duitsland bleek onvermijdelijk. Na een snelle opmars door de Oekraïne stonden de Duitse legers voor Sebastopol. Negen maanden duurde de belegering. De stad hield lang stand onder de voortdurende hevige bombardementen en Tania verzorgde als hulpverpleegster gewonde burgers en soldaten. Toen de stad in handen van de vijand viel, vluchtte ze met vele anderen naar het strand. Elke nacht vertrokken er boten vol mensen over de Zwarte Zee, richting Kaukasus. Juist deze nacht bleven de schepen uit. Bij zonsopkomst begon de Duitse artillerie in volle hevigheid te schieten en zaaide dood en verderf op het strand. Mannen, vrouwen, kinderen, niemand werd gespaard. Een oudere man trok Tania aan de arm: “Vlucht, kom mee!” Ze verscholen zich in de bossen rond de stad, maar steeds meer mensen vielen in handen van de vijand. Na negen bange dagen en nachten viel de groep mensen, waar Tania zich onder bevond, in handen van de Duitsers. Tania werd met een grote groep jonge meisjes in veewagons gedreven, zonder sanitaire voorzieningen, zonder stoelen of banken om op te zitten, zonder bedden om op te slapen, met alleen wat stro op de grond. De Duitsers, die de Russen als untermensch zagen, vonden dat stro goed genoeg was voor dit minderwaardige ras. Door smalle kieren zag Tania het landschap voorbijschieten en kon ze wat frisse lucht naar binnen zuigen. Na een reis van 14 dagen werden de meisjes op stations tentoongesteld aan fabriekseigenaren en boerinnen, van wie de mannen en zonen aan het front vochten. Er werd kritisch gekeken naar de Russische meisjes, er werd gewikt en gewogen en na een aantal vernederende selectierondes kwam Tania in Bad-Blankenburg in Thüringen, waar ze als dwangarbeidster in een fabriek tewerkgesteld werd. Ze moest een embleem zichtbaar op haar kleding dragen met daarop de letters OST, wat stond voor Ostarbeiter, vergelijkbaar met de gele ster voor de Joden. Ze was waardeloos, vervangbaar, een untermensch zonder rechten en werd gedwongen lange dagen te werken in de fabriek. De Ostarbeiters, de untermenschen, kregen de laatste restjes eten, vaak te weinig en te eenzijdig, maar af en toe werd hen toch een vrije dag gegund. Tania bleef dan meestal met haar Russische vriendinnen in de buurt van de barakken. De toegangspoort tot het terrein stond open, per maand kregen ze een schamele 5 mark betaald, maar ze waren alles behalve vrij. Als Ostarbeiterin was het voor Tania verboden om een winkel binnen te stappen om een brood te kopen, een wandeling te maken in het park of om zomaar even te genieten van een drankje en gezelschap in een café. Tania was twintig jaar."

Übermenschen

In Charlottesville in Amerika liepen mensen met hakenkruizen en wapens, brachten de Hitlergroet en scandeerden heil Hitler of heil Trump. In Barcelona werden 14 mensen vermoord door moslimextremisten. In Nederland vond iemand het nodig om zijn of haar werkdag te beginnen met een harteloos artikel over een verdronken Syrische jongen van 16 jaar. In Berlijn vond een nazi-mars plaats. Juist omdat ik me zo heb ondergedompeld in het verhaal van twee jonge mensen in de Tweede Wereldoorlog, beangstigen deze gebeurtenissen me. Moslimextremisme, nazisme, fundamentalisme, fascisme, links- en rechts-extremisme, racisme, nationalisme, hoe je het ook noemt, er is één overeenkomst: het gaat steeds om groepen mensen die zich verheven voelen boven andere, zich de übermensch voelen ten opzichte van mensen die anders denken, anders zijn of andere idealen hebben. Ze voelen zich verheven vanwege hun geloof, overtuigingen, idealen, religie, sekse of seksuele voorkeur of simpelweg vanwege de kleur van hun huid. En dat moet, desnoods of bij voorkeur, met geweld uitgedragen worden.

Untermenschen

Het nieuws raakt me vanwege het oude verhaal van Berend en Tania. Maar dat is niet de enige reden. Mijn ene broer is homoseksueel, mijn andere broer heeft een licht verstandelijke beperking en mijn man is een donkergekleurde moslim. Voor deze drie mensen, van wie ik zielsveel houd, zou er geen plaats zijn in het Duitsland van Hitler. Zij voldoen niet aan de kenmerken van het Arische ras, zouden tot 'untermenschen' betiteld worden en net als tante Tania zouden zij vervolgd, verguist, opgesloten, mishandeld en misbruikt worden. Vermoord misschien. Gewoon, omdat zij zijn wie zij zijn. En het raakt me dat er nog steeds groepen zijn die vinden dat zij er niet mogen zijn, gewoon, omdat zij zijn wie zij zijn. 

Wens van Berend

Berend en Tania leven al lang niet meer. Gelukkig hoeven zij niet mee te maken dat er ruim 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog steeds groepen mensen zijn die, om welke reden dan ook, als minderwaardig worden beoordeeld, worden beschimpt, beledigd, vernederd en zelfs vermoord. Omdat zij zijn wie zij zijn. Oom Berend schreef zijn verhaal in de zomer van 1980 en in de laatste alinea vertelt hij over zijn wens, zijn hoop voor de toekomst:

“Soms heb ik wel eens de gedachte dat we tien stappen vooruit zijn gegaan en negen achteruit. Dat zou betekenen dat er toch een geringe winst is geboekt. Er zullen mensen zijn die dit heel anders zien. Zij zullen elke dag meer achteruitgang en meer verval constateren. Wie heeft gelijk? Gelukkig is men tenminste nog bezig met deze vraag. Als iemand zegt: 'Het gaat bergafwaarts met het mensdom', dan is het misschien een goede raad om zich om te draaien. Samen de berg opklauteren is wellicht moeilijker, maar als de juiste weg gekozen wordt, dan is verdwalen onmogelijk. Alles gaat met vallen en opstaan. Soms twijfel je aan jezelf en toch weet je dat je de berg op moet. Samen de berg op is toch de juiste weg. Het is mijn wens dat de gezamenlijke weg bergopwaarts gevonden mag worden. Er is zo langzamerhand genoeg leergeld betaald, ten koste van zoveel levens."

Berend van Duren, 1980

Reageer